Inleiding: kerk en conflict in kerkhistorisch bestek
Publication date
2002
Authors
Asselt, W.J. van
Otten, W.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Part of book or chapter of book
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In de vierde eeuw na Christus klaagde de uit Cappadocië afkomstige kerkvader Gregorius
van Nyssa (ca. 330-395) dat hij op bezoek in Constantinopel— de nieuwe hoofdstad van
het Romeinse rijk— nergens kon komen of niets kon ondernemen zonder door
kooplieden in de straten van de stad betrokken te worden bij discussies over de
drieëenheid van het goddelijk wezen. In een invloedrijk werk over de triniteit schreef hij :
"Wanneer je om wisselgeld vraagt, begint men tegen je te filosoferen over de Verwekte
en de Onverwekte. Wanneer je informeert naar de prijs van een brood, wordt er tegen je
gezegd 'dat de Vader groter is en de Zoon minder.' Als je vraagt of het bad klaar is,
antwoordt iemand: 'De Zoon is uit niets geschapen'."
Dit enigszins anecdotisch aandoend verhaal uit de geschiedenis van de Vroege Kerk
zal afgezien van de grappige toon waarop de kerkvader deze woorden neerschreef
nauwelijks iets bij de moderne lezer losmaken. Wel zal er enige verwondering opkomen
over het feit dat dergelijke —in onze ogen —bizarre theologische kwesties het gesprek
van de dag vormden van gewone christenen in de straten van een wereldstad. Dit is heden
ten dage ten ene male uitgesloten. En als de recente debatten over verzoening rond Den
Heyer in protestants Nederland toch ook veel wisten los te maken, dan gebeurde dat
meestal op kerkeraadsvergaderingen of in synodeverband, met hier en daar een
krantenbericht, maar werd de brede publieke opinie daar niet in betrokken, misschien
zelfs de kerkelijke niet.