Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven

Publication date

2013

Authors

Emaus, J.M.ISNI 0000000395874554
Rijnhout, RiankaORCID 0000-0003-4656-7363ISNI 0000000395187199

Editors

Advisors

Supervisors

Document Type

Article
Open Access logo

License

Abstract

Het recht onder het EVRM, zoals zich dat vormt in de rechtspraak van het EHRM, leidt tot inconsistenties in het Nederlandse schadevergoedingsrecht: een naaste van een persoon die slachtoffer is geworden van een schending van het recht op leven kan tegenwoordig immers alleen vergoeding van eigen immateriële schade vorderen als de schending is gepleegd door een overheidsorgaan. Deze inconsistentie verdient aandacht, maar men realisere zich dat we hier raken aan bredere problematiek. Wij menen daarom dat er in de discussie over de inconsistentie eerst aandacht moet zijn voor de bredere vragen: hoe werken fundamentele rechten door en welke derde verdient waarvan vergoeding? Centraal staan daarbij steeds de overkoepelende kernvragen: wie verdient rechtens een remedie en waarom?

Keywords

EVRM, recht op leven, schadevergoeding, overlijdensschade, nabestaanden

Citation

Emaus, J M & Rijnhout, R 2013, 'Naasten, fundamentele rechten en het Nederlandse limitatief en exclusief werkende 6:108 BW: één probleem, twee perspectieven', Tijdschrift voor Vergoeding Personenschade, vol. 2013, no. 4, pp. 108-119. https://doi.org/10.5553/TVP/138820662013016004003