'Een welwillend man met een vrij gering werkelijkheidsbegrip' Andries Cornelis Dirk de Graeff (1933-1937)'
Publication date
2005
Authors
Graaff, B.G.J. de
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
(c)UU Universiteit Utrecht, 2005
Abstract
Op 15 januari 1921 schreef de 48-jarige gezant te Tokio, jhr.
A.C.D. de Graeff, aan zijn boezemvriend, de gouverneurgeneraal
van Nederlands-Indië J.P. graaf van Limburg Stirum,
dat zijn biografie er eenvoudig uit zou kunnen zien: "19 jaar
werkte hij hard achter een schrijftafel ter Algemene
Secretarie, deed hij een enkele keer iets nuttigs maar veelal
nutteloos werk; 5 jaar te Batavia rustte hij op zijn lauweren
met net genoeg werk om zich niet schromelijk te vervelen en
daarna in Japan was de goede wil tot arbeiden er wèl maar was
er weinig gelegenheid tot werk. Daarna trok hij zich in een
hutje op de hei terug!"
Het leven had echter nog enkele verrassingen voor De
Graeff in petto. In 1926 werd hij benoemd in het ambt van zijn
leven: gouverneur-generaal van Nederlands-Indië, en enige tijd
nadat hij uit Indië was gerepatrieerd, in 1933, aanvaardde hij
de functie van minister van Buitenlandse Zaken. Al met al had De Graeff, die zo graag daadkracht als
meetlat voor anderen hanteerde, zich tijdens zijn
ministerschap zelf weinig doortastend betoond. Hij had zich
grote stukken kaas van het brood laten eten en ten aanzien van
wat hem restte toonde hij vaak lange tanden. Daarom is hij wel
omschreven als "niet erg dapper" en meegaand.[11] Ter
verdediging kan men zeggen dat de nationale en de
internationale omgeving hem weinig ruimte boden. Tegen het
domininante optreden van Colijn waren slechts weinigen
opgewassen. De Graeff mocht beseffen dat uit Duitsland weinig
echt heil viel te verwachten, een alternatief voor de
zelfstandigheids- of neutraliteitspolitiek ontbrak wegens
gebrek aan nationale kracht en de onwil van Engeland om
Nederland economisch en politiek tegemoet te komen. De
terugkeer naar de zuivere neutraliteitspolitiek in 1936 was na
het debacle van de Volkenbond in de Italiaans-Ethiopische
kwestie en de Duitse bezetting van het Rijnland een
consequentie die ook door andere voormalige neutrale staten
werd getrokken. Het bracht België zelfs grotendeels op één
lijn met Nederland. Bij gebrek aan beleidsalternatieven bleven
slechts hoop en geloof over. Zeker voor een man die in zijn
twee belangrijkste functies had moeten ervaren dat de positie
die hij voor zichzelf in het midden van het politieke spectrum
had uitgezocht, zowel in Indië als in de internationale arena,
geen plaats overbleef door het optreden van door hem zo
verfoeide extremisten. Hun werkelijkheid was de zijne niet,
maar wie zou hem dat willen aanrekenen?
Keywords
Culturele activiteiten, Literary theory, analysis and criticism, Overig maatschappelijk onderzoek, Specialized histories (international relations, law)