Wittgensteins ‘Lebensform’: een terra incognita?

Publication date

1995-11

Authors

Eijzenga, H.

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Preprint
Open Access logo

License

Abstract

In dit artikel heb ik gesteld dat de dilemma’s ten aanzien van culturele incommensurabiliteit waarmee zowel universalisten als relativisten te maken krijgen vermeden kunnen worden door uitwerking van Wittgensteins ‘übersichtliche Darstellung’ (overzichtelijke weergave) waarmee Wittgenstein in de samenhang van zijn totale werk de notie ‘Lebensform’ (levensvorm) heeft verhelderd. Ik betoog dat menselijke uitingen begrepen moeten worden als de locale uitdrukking van aan alle menselijke levensvormen gemeenschappelijke formele patronen. In die formele patronen kunnen drie interne relaties onderscheiden worden: die tussen taalgebruik en levensvormen; die tussen overtuigingen en wereldbeeld; die tussen het persoonlijke en het publieke. Deze ‘interne relatie’ moet begrepen worden volgens Wittgensteins ‘de betekenis (van een regel, een begrip) is manifest in het gebruik (een handeling, een uiting)’, en dat houdt in dat dergelijke relaties aanwezig zijn in taalgebruik en gedrag van deelgenoten van elke levensvorm. Met dit deelgenootschap beschikt elke deelgenoot van een levensvorm over een kader vanwaaruit hij begrijpend kan kijken naar en begrepen kan worden door deelgenoten van (andere) levensvormen. In this paper I argue that the dilemma's of cultural incommensurability that confront both the universalist and the relativist can be avoided by taking seriously Wittgenstein's 'übersichtliche Darstellung' ('perspicuous representation’), as it shows itself in the coherent whole of Wittgenstein's elucidations of 'form of life' (Lebensform), which pervade his entire work. I argue that human utterances ought to be understood as the local expression of formal patterns common to all human 'forms of life'. Three internal relations can be discerned in these formal patterns: that between language use and forms of life; that between beliefs and world view; that between the private and the public. Here 'internal relation' should be understood along the lines of Wittgenstein's 'the meaning (of a rule, a concept) is manifest in the use (the action, the utterance)', implying that such relations are present in the language use and the behaviour of participants in any form of life. Therefore each participant in a form of life can understand and be understood by a participant in any other form of life.

Keywords

Citation