Scholieren met bijbaantjes: een bedreiging of een troef? De mening van de leraar
Publication date
2014-04-15
Authors
Berings, Dries
Verhaest, Dieter
Adriaenssens, Stef
Proost, Karin
Van den Broeck, Anja
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In dit artikel wordt op basis van een peiling bij 251 leraren een beeld gegeven van hoe leraren in het secundair of voortgezet onderwijs staan tegenover leerlingenarbeid. Hun attitude ten aanzien van leerlingenarbeid wordt in verband gebracht met hun meer algemene affiniteit met ervaringsgericht leren en met leraar-, klas- en functiekenmerken. De resultaten tonen dat leraren zowel kansen als valkuilen zien. Toch is er een relatief overwicht van de argumenten pro ten aanzien van de argumenten tegen. De leraren zien in leerlingenarbeid mogelijkheden voor competentieontwikkeling en ookvoor het opbouwen van realistische verwachtingen ten aanzien van werken. Oververmoeidheid als gevolg van het combineren van werken en naar school gaan zien ze als een reëel risico. De attitude ten aanzien van leerlingenarbeid verschilt sterk tussen de leraren. De lesanciënniteit en het vakgebied kunnen het verschil in attitude ten aanzien van leerlingenarbeid deels verklaren. Jonge leraren staan positiever tegenover leerlingenarbeid, wat voor een deel kan worden toegeschreven aan hun grotere affiniteit met ervaringsleren. Deopenheid van leraren ten opzichte van leerlingenarbeid kan gezien worden als een draagvlak om 'buitenschools leren door werkervaring' te verbinden met de vakgebonden of vakoverschrijdende eindtermen.