Verplichte ambtshalve toetsing Unierecht. Non-refoulement. Belang van het kind. Definitief terugkeerbesluit. Inbewaringstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land.

Publication date

2026-02

Authors

Smits, ImkeISNI 0000000527522113

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

/dk/atira/pure/researchoutput/researchoutputtypes/contributiontojournal/case_note

License

taverne

Abstract

De artikelen 5 en 15 van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, gelezen in samenhang met artikel 6, artikel 19, lid 2, en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moeten aldus worden uitgelegd dat een nationale rechter die de rechtmatigheid moet toetsen van de inbewaringstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land met het oog op diens verwijdering ter uitvoering van een definitief terugkeerbesluit, verplicht is om — zo nodig ambtshalve — na te gaan of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen die verwijdering. De artikelen 5 en 15 van richtlijn 2008/115, gelezen in samenhang met de artikelen 6 en 7, artikel 24, lid 2, en artikel 47 van het Handvest, moeten aldus worden uitgelegd dat een nationale rechter die de rechtmatigheid moet toetsen van de inbewaringstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land met het oog op diens verwijdering ter uitvoering van een definitief terugkeerbesluit, verplicht is om — zo nodig ambtshalve — na te gaan of het belang van het kind en het familie- en gezinsleven, bedoeld in respectievelijk artikel 5, onder a) en b), van deze richtlijn, zich verzetten tegen die verwijdering.

Keywords

Taverne

Citation

Smits, I 2026, 'Verplichte ambtshalve toetsing Unierecht. Non-refoulement. Belang van het kind. Definitief terugkeerbesluit. Inbewaringstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land.', AB Rechtspraak Bestuursrecht, vol. 9, no. 46.