School in de Marge. De organisatiecultuur van de Decrolyschool in Brussel
Publication date
2010-02-09
Authors
Gorp, Angelo van
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Uitgaande van de vaststelling dat de Brusselse Decrolyschool zich in de marge van het Belgische onderwijslandschap bevindt, vraagt de auteur zich af hoe de volharding van de school kan worden verklaard, temeer daar de school al in 1932, nauwelijks vijfentwintig jaar na haar oprichting, haar stichter en icoon Ovide Decroly (1871-1932) verloor. Kan voor die volharding een verklaring worden gevonden in de organisatiestructuur en -cultuur van de school? Om die vraag te beantwoorden, zoemt de auteur eerst in op enkele crisissen die de school in haar honderdjarige bestaan doorstaan heeft. Daarbij worden schommelingen in de leerlingenaantallen als leidraad genomen om een aantal potentiële factoren van verdwijning te detecteren. In een tweede deel neemt de auteur één van die factoren, de zogeheten zaak Hamaïde, als vertrekpunt om op zoek te gaan naar factoren van volharding. In het derde deel analyseert hij deze zaak aan de hand van een aantal begrippen, deels ontleend aan de organisatietheorie, zoals pedagogische heldenverering, (charismatisch) leiderschap, Gesamtgeist, geloofsgemeenschap, en Kulturkampf, en koppelt hij daaraan een reflectie over de relatie tussen organisatietheorie en onderwijsgeschiedenis. Immers, hoewel die begrippen zeer nuttig blijken om de volharding van de Decrolyschool te helpen verklaren, is het ook belangrijk om het specifieke en particuliere van deze school in rekening te brengen. Historiciteit impliceert namelijk dat men voorzichtig moet omspringen met veralgemeningen. In het licht van die overweging besteedt de auteur niet alleen aandacht aan de poortwachtersfunctie van de Decrolyens, maar ook aan die van historici ten aanzien van organisatietheorie.