Lost in Space
Publication date
2006
Authors
Postma, A.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Lecture
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Ruimtelijke cognitie omvat een verzameling cognitieve processen die een individu instaat stellen zich in de wereld te oriënteren en locaties in die wereld te onthouden, er door heen te navigeren, en complexe mentale voorstellingen van de omgeving vanuit verschillende perspectieven te vormen. Ook vandaag nog dienen we veelvuldig een beroep op ons ruimtelijk cognitieve apparaat te doen. De consequentie van het eminente belang van de ruimtelijke cognitie is dat in het menselijk brein een wijdvertakt neuraal netwerk valt te identificeren, gespecialiseerd in verschillende ruimtelijke computaties. Dit humane neurocognitieve systeem is het eindproduct van een lange fylogenetische ontwikkeling. Argumenteerbaar is het ontstaan ervan een belangrijke voorwaarde geweest voor de evolutie van andere hogere cognitieve processen. Cognitieve psychologen dienen dit systeem verder in kaart te brengen vanuit een multidisciplinaire setting waarin samengewerkt wordt met een diversiteit aan andere specialisten: met ontwikkelingspsychologen op het gebied van de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht in kinderen, experimenteel klinische psychologen op het gebied van verstoring van hogere cognitieve processen bij psychopathologie, neurologen en neurowetenschappers bij het ontrafelen van de betrokken hersenmechanismen, met endocrinologen voor wat betreft de rol van hormonale systemen, biologen op het gebied van biologische factoren en evolutionaire processen, fysici bij het gebruik van psychofysische methoden om ruimtelijke waarneming te meten, en linguïsten waar het gaat om communicatie van ruimtelijke taal.Ik ben blij dat de Utrechtse universiteit het multidisciplinaire netwerk biedt om dit neurocognitieve complex te ontmaskeren. We staan nog maar aan het begin van deze wetenschappelijke ontdekkingstocht, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we tegen deze achtergrond behoorlijke wetenschappelijke vorderingen kunnen maken in de komende jaren. Op de langere termijn zal het onderzoek zich ook meer op de praktijk moeten richten, onder meer op diagnose en hulpmiddelontwerp bij neuropsychologische patiënten en blinde individuen.