Een Nederlands perspectief op het Wasserij-arrest
Publication date
2025-11
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
taverne
Abstract
In Vlaanderen is er sinds 2022 veel aandacht voor het ‘no-conflict-of-interest-principe’. Dit principe is neergelegd in artikel 9bis van de mer-richtlijn en houdt in essentie in dat lidstaten ervoor moeten zorgen dat de bevoegde instanties hun uit de richtlijn voortvloeiende taken op objectieve wijze vervullen. Als de bevoegde instantie ook de opdrachtgever is, moet er een passende scheiding worden aangebracht tussen conflicterende functies. De Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) oordeelde in het Wasserijarrest dat dit artikel niet goed in de Vlaamse regelgeving is geïmplementeerd. Op 26 maart 2024 heeft de Belgische Raad van State een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg die moet worden gegeven aan artikel 9bis van de richtlijn. Deze vraag is op 8 mei 2025 beantwoord. Volgens het Hof van Justitie moet het artikel aldus worden uitgelegd dat wanneer de instantie die bevoegd is om te bepalen of een project moet worden onderworpen aan een milieueffectbeoordeling (de screeningprocedure), ook de opdrachtgever van het betrokken project is, er in elk geval een passende scheiding moet worden aangebracht tussen de conflicterende functies bij het uitvoeren van die taak. Deze ontwikkeling in Vlaanderen is de aanleiding om te kijken hoe Nederland artikel 9bis heeft geïmplementeerd: zou het Nederlandse Omgevingsbesluit wel de toets van de RvVb en het Hof van Justitie doorstaan?
Keywords
Taverne
Citation
Drahmann, A 2025, 'Een Nederlands perspectief op het Wasserij-arrest', Tijdschrift voor Milieurecht, vol. 2025, no. 5, pp. 429-439.