Interactie op regionaal niveau. Kennisuitwisseling en diensteninnovatie tussen MNO's en KIBS

Publication date

2012

Authors

Atzema, O.A.L.C.
Jacobs, W.A.A.
Dongen, F. van
Rietbergen, A. van
Grunsven, L.M.J. van

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Part of book or chapter of book

License

Abstract

Kennisuitwisseling en diensteninnovatie zijn mensenwerk, zeker waar het multi-nationale ondernemingen (MNO’s) en kennisintensieve zakelijke dienstverleners (KIBS) betreft. De interacties met MNO’s leveren KIBS veel toegevoegde waarde op, zowel voor de gerenommeerde, vaak internationaal georganiseerde KIBS als voor jonge, startende KIBS. Omgekeerd levert het MNO’s vooral marktkennis op. Deze interactie is van groot belang voor de regionale economie van de Noordvleugel, waar zich in Nederland de grootste concentratie aan MNO’s en KIBS bevindt. Deze bedrijven hebben voor een belangrijk deel dezelfde vestigingsplaatsvoorkeuren: de internationale bereikbaarheid van Schiphol, het internationaal stedelijke bedrijfsklimaat en de internationaal geschoolde beroepsbevolking. In dit onderzoek staat de vraag centraal of de MNO’s en KIBS meer met elkaar hebben dan alleen dezelfde locatievoorkeuren, namelijk of zij elkaar stimuleren tot een hogere bedrijfsprestatie. Kortom, of (delen van) de Noordvleugel voor deze bedrijven fungeren als innovatie en productiviteit bevorderende agglomeraties. De veronderstelling is dat kennisuitwisseling tussen MNO’s en KIBS een bron is van diensteninnovatie. We weten niet of dit echt zo is, omdat kennisuitwisseling en innovaties in de diensten zijn veel minder in statistieken zichtbaar zijn dan in de industrie. Diensteninnovatie is minder een kwestie van R&D en patenten, maar meer van interactie tussen mensen. Omdat het om mensen gaat, zijn detachering en arbeidsmobiliteit waarschijnlijk van groot belang voor de diffusie van kennis in de dienstensector. Het innovatie effect van kennisuitwisseling wordt er bovendien veel meer bepaald door de kwaliteit van de dienstverlener. Geografische nabijheid op zich is daarvoor geen noodzaak, maar de gezamenlijke aanwezigheid van MNO’s en KIBS in de Noordvleugel verhoogt mogelijk wel de kans op uitwisseling van kennis. Dat gebeurt namelijk via detachering en arbeidsmobiliteit. We verwachten verder dat bekendheid met elkaar en marktreputatie bij kennisuitwisseling een belangrijke rol spelen. Of kennisuitwisseling leidt tot succesvolle innovaties is weer een andere vraag. Dat heeft vooral waarschijnlijk met cognitieve nabijheid te maken. We veronderstellen dat deze complementariteit in kennis het gevolg is van werkervaring bij MNO’s in binnen- en buitenland en dat deze complementariteit een stimulans is voor diensteninnovaties. Met andere woorden, we onderzoeken of de interactie op kennisgebied tussen MNO’s en KIBS een belangrijke motor vormt van de economie in de stedelijke agglomeratie in de Noordvelugel van de Randstad. Deze veronderstellingen worden in dit onderzoek getoetst door middel van kwantitatief en kwalitatief onderzoek. De uitkomsten van het onderzoek hebben implicaties voor beleid. Meer nog dan op het binnenhalen van MNO’s zou het regionaal economische beleid in de Noordvleugel gericht moeten zijn op het stimuleren van internationale werkervaring van de kenniswerkers die werkzaam zijn in de KIBS. Naast het verder faciliteren van de kennisuitwisseling tussen MNO’s en KIBS, dat de verantwoordelijkheid van de sector zelf is, en het opleiden van internationaal geschoolde kenniswerkers, dat de verantwoordelijk van het onderwijsveld is, zouden de overheden zich moeten richten op het woon- en verblijfsklimaat en op het bevorderen van een tolerante cultuur waarin buitenlandse kennismigranten met open armen worden ontvangen. Dit zou de koers moeten bepalen van de ‘gouden driehoek’ aan ondernemers, onderwijs en overheid in de Noordvleugel.

Keywords

Citation