Executieve jurisdictie: het (grote) obstakel in grensoverschrijdende opspo­ringsonderzoeken naar (gebruikers van) cryptoaanbieders?

Publication date

2022-05-03

Authors

Beekhuis, T.ISNI 0000000483546964

Editors

Advisors

Supervisors

Document Type

Article
Open Access logo

License

Abstract

Tijdens het grensoverschrijdende opsporingsonderzoek naar (gebruikers van) cryptoaanbieders worden opsporingsautoriteiten voor complexe juridische vraagstukken gesteld wanneer zij rechtsmacht willen uitoefenen buiten de eigen landsgrenzen. Immers, autoriteiten zijn bij het uitoefenen van executieve jurisdictie gebonden aan hun eigen territorium, terwijl het onderzoek naar (gebruikers van) cryptoaanbieders een internationaal karakter kent. In de EU zijn verschillende mogelijkheden ontwikkeld om grensoverschrijdend op te sporen. In deze bijdrage worden twee van deze mogelijkheden: een rechtshulpverzoek en het oprichten van een Joint Investigation Team geanalyseerd. Bij beide mogelijkheden stuiten opsporingsautoriteiten op bezwaren. De auteurs concluderen dat het grensoverschrijdend opsporingsonderzoek noopt tot een efficiëntere Europeesrechtelijke onderzoeksaanpak.

Keywords

executieve jurisdictie, EncroChat, rechtshulp, JIT, grensoverschrijdend opsporingsonderzoek

Citation

Beekhuis, T 2022, 'Executieve jurisdictie: het (grote) obstakel in grensoverschrijdende opspo­ringsonderzoeken naar (gebruikers van) cryptoaanbieders?', Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving, vol. 2022, no. 2, pp. 106-118. https://doi.org/10.5553/TBSenH/229567002022008002005