Ruimer baan voor smartengeld bij 'persoonsaantastingen op andere wijze' zonder dat sprake is van geestelijk letsel
Publication date
2019
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
Uit twee recente arresten over art. 6:106 sub b, slot BW kan worden afgeleid dat ernstige normschendingen of activiteiten met ernstige persoonlijke gevolgen, recht kunnen geven op smartengeld – óók als geen sprake is van geestelijk letsel of van een fundamentele rechtsinbreuk. Dit opent mogelijkheden in geval van bijvoorbeeld pesten, blootstelling aan ernstige risico’s, vernieling, bedreiging en hinder. Maar begrensd: de Hoge Raad laat zich niet ertoe verleiden om indien wèl sprake is van een fundamentele rechtsinbreuk, dat gegeven als een persoonsaantasting aan te merken. Dit haalt een streep door het concept integriteitsschade. De Hoge Raad houdt voorts vast aan concrete schadewaardering; dit maakt nadere ontwikkeling van zgn. angstschade relevant.
Keywords
Citation
Engelhard, E F D 2019, 'Ruimer baan voor smartengeld bij 'persoonsaantastingen op andere wijze' zonder dat sprake is van geestelijk letsel', Aansprakelijkheid verzekering en schade, no. 6, AV&S 2019/37, pp. 205-212.