Ruimer baan voor smartengeld bij 'persoonsaantastingen op andere wijze' zonder dat sprake is van geestelijk letsel

Publication date

2019

Authors

Engelhard, E.F.D.ISNI 0000000043213541

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Article
Open Access logo

License

unspecified

Abstract

Uit twee recente arresten over art. 6:106 sub b, slot BW kan worden afgeleid dat ernstige normschendingen of activiteiten met ernstige persoonlijke gevolgen, recht kunnen geven op smartengeld – óók als geen sprake is van geestelijk letsel of van een fundamentele rechtsinbreuk. Dit opent mogelijkheden in geval van bijvoorbeeld pesten, blootstelling aan ernstige risico’s, vernieling, bedreiging en hinder. Maar begrensd: de Hoge Raad laat zich niet ertoe verleiden om indien wèl sprake is van een fundamentele rechtsinbreuk, dat gegeven als een persoonsaantasting aan te merken. Dit haalt een streep door het concept integriteitsschade. De Hoge Raad houdt voorts vast aan concrete schadewaardering; dit maakt nadere ontwikkeling van zgn. angstschade relevant.

Keywords

Citation

Engelhard, E F D 2019, 'Ruimer baan voor smartengeld bij 'persoonsaantastingen op andere wijze' zonder dat sprake is van geestelijk letsel', Aansprakelijkheid verzekering en schade, no. 6, AV&S 2019/37, pp. 205-212.