Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest.
Publication date
2020-06
Editors
Advisors
Supervisors
Document Type
/dk/atira/pure/researchoutput/researchoutputtypes/contributiontojournal/case_note
Metadata
Show full item recordCollections
License
taverne
Abstract
In juli 2019 heeft het Hof van Justitie uitspraak gedaan in de zaak Eurobolt BV. Het verzoek om een prejudiciële beslissing is ingediend door de Hoge Raad in een nationale procedure die door Eurobolt is aangespannen in reactie op de heffing van antidumpingrechten. Dit arrest van het Hof van Justitie is zeer relevant voor het stelsel van rechtsbescherming in de EU in het kader van rechterlijke toetsing van geldigheid van EU-recht. De kernvraag in deze zaak is of een nationale rechter informatie van EU-instellingen kan opvragen om de mogelijke ongeldigheid van een EU-handeling nader te onderzoeken. In dit artikel worden de uitspraak van het Hof van Justitie en de gevolgen daarvan voor het functioneren van nationale rechters geëvalueerd in de context van het EU-recht en met name de prejudiciële procedure.
Keywords
Taverne
Citation
Jaremba, U 2020, 'Prejudiciële vragen over de geldigheid van EU-handelingen en effectieve rechtsbescherming: Eurobolt-arrest.', Nederlands Tijdschrift voor Europees recht, vol. 2020, no. 3-4. https://doi.org/10.5553/NtER/138241202020026304002