Een hersenimplantaat voor communicatie

Publication date

2018-05-17

Authors

Vansteensel, Mariska J.ORCID 0000-0002-9252-5116ISNI 0000000392447362
Aarnoutse, Erik J.
Freudenburg, Zachary V.ORCID 0000-0002-2790-0020
Ramsey, Nick F.ORCID 0000-0002-7136-259XISNI 0000000399572879

Editors

Advisors

Supervisors

Document Type

Article

Collections

License

Abstract

Locked-In Syndroom (LIS) is een situatie waarin iemand wel bij bewustzijn is, maar niet kan bewegen en niet kan spreken. Dit kan veroorzaakt worden door bijvoorbeeld een hersenstaminfarct of door neurodegeneratieve aandoeningen zoals Amyotrofe Laterale Sclerose. Ondanks de ernstige verlamming zijn de cognitieve vermogens bij LIS veelal intact. Brain-Computer Interfaces (BCIs) zijn apparaten die gebruik maken van de hersensignalen om bijvoorbeeld computers of communicatiehulpmiddelen te bedienen. Omdat er, in tegenstelling tot bestaande communicatiehulpmiddelen, geen spier-controle nodig is om een BCI te gebruiken, worden BCIs gezien als een mogelijke oplossing voor de communicatieproblemen van mensen met LIS. In dit artikel bespreken wij een recente doorbraak op het gebied van volledig implanteerbare BCIs, waarbij een vrouw met LIS door ALS in staat is om, met hoge betrouwbaarheid, en weliswaar beperkte snelheid, haar communicatie-hulpmiddel te bedienen via gemeten hersensignalen. Door te proberen haar hand te bewegen, genereert ze elektrische veranderingen in het hersensignaal, die vertaald worden in een knopdruk waarmee ze de gewenste letters en woorden selecteert. Hiermee is zij de eerste ter wereld die zelfstandig thuis een implanteerbare BCI gebruikt voor communicatie. Het apparaat voldoet aan veel eisen die gebruikers van BCIs en communicatiehulpmiddelen stellen en heeft daarmee de potentie om substantieel bij te dragen aan de kwaliteit van leven van mensen met LIS.

Keywords

locked-in syndroom, brain-computer interface, communicatie, kwaliteit van leven, implantaat

Citation

Vansteensel, MJ, Aarnoutse, EJ, Freudenburg, ZV & Ramsey, NF 2018, 'Een hersenimplantaat voor communicatie', Neuropraxis, vol. 22, no. 3, pp. 85-91. https://doi.org/10.1007/s12474-018-00189-w