Bescherming van goodwill op grond van het EVRM: In het spanningsveld van rechterlijke terughoudendheid en effectieve rechtsbescherming
Publication date
2018
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
Op 16 december 2016 deed de Hoge Raad uitspraak in de zaak Nederlandse Federatie van Edelpelsdierenhouders c.s. (hierna NFE c.s.) tegen de Staat. Deze uitspraak is aanleiding voor deze bijdrage over de bescherming van goodwill op grond van het EVRM, de betekenis van de erkenning van goodwill in het Nederlandse burgerlijk recht daarbij en de rol van de Nederlandse rechter bij de uitleg van het EVRM. In de eerste plaats wordt daartoe stilgestaan bij de erkenning van goodwill als ‘vermogensrechtelijk relevant’ in het Nederlandse burgerlijk recht, de bescherming van goodwill op grond van het EVRM en de relevantie van de erkenning op grond van het Nederlandse privaatrecht voor een Verdragsrechtelijke bescherming van goodwill. Het feit dat goodwill in het Nederlandse burgerlijk recht als ‘vermogensrechtelijk relevant’ wordt erkend, kan ertoe leiden dat die goodwill ook wordt beschermd op grond van het EVRM.
Keywords
EVRM, goodwill, vermogensrecht, effectieve rechtsbescherming, rechtsbescherming, rechterlijke terughoudendheid, terughoudendheid, artikel 1 Eerste Protocol EVRM, eigendomsrecht, toetsingsverbod, artikel 94 grondwet, artikel 120 grondwet, grondwet, vastklikmethode, artikel 93 grondwet
Citation
Emaus, J M 2018, 'Bescherming van goodwill op grond van het EVRM : In het spanningsveld van rechterlijke terughoudendheid en effectieve rechtsbescherming', Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, vol. 35, no. 2, 8, pp. 50-58.