Literatuuronderwijs als bijvangst?: Wat we kunnen leren van hoe achttiende-eeuwse leerboeken literaire vaardigheden trainen
Publication date
2021-06
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In het huidige middelbareschoolcurriculum is literatuur een afgebakend onderdeel van het vak Nederlands. Leerlingen lezen een voorafbepaald aantal romans die als literair worden beschouwd en moeten daar op het einde van hun schoolcarrière op kunnen reflecteren. Neerlandicus Feike Dietz laat zien dat deze leeslijst een relatief recent fenomeen is. In de achttiende eeuw was de scheiding tussen leren en lezen veel vager. Onder invloed van de Verlichting werd een nieuw soort schoolboek ontwikkeld, waarin bijvoorbeeld aardrijkskundige of historische kennis op een fictionele manier werd gepresenteerd. Zo ving de scholier enerzijds inhoudelijke kennis op, en schaafde hij tegelijkertijd zijn literaire competenties bij. Aan de hand van enkele casussen laat Dietz zien hoe deze integratie van feit en fictie werkte, en hoe het moderne literatuuronderwijs iets kan leren van de achttiende eeuw.
Keywords
Taverne
Citation
Dietz, F 2021, 'Literatuuronderwijs als bijvangst? Wat we kunnen leren van hoe achttiende-eeuwse leerboeken literaire vaardigheden trainen', Vooys, vol. 39, no. 2, pp. 6-16.