De invoering van artikel 2.3 Wet forensische zorg, consequenties voor de strafrechtspraktijk

Publication date

2020

Authors

van Oploo, LauraORCID 0000-0003-1411-5039ISNI 0000000492859807
Prinsen, M.M.
Bakkum, Th.J.G.

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Article
Open Access logo

License

unspecified

Abstract

Met de recente invoering van de schakelbepaling van artikel 2.3 Wet forensische zorg (Wfz) kan een strafrechter op enig moment in een strafrechtelijk traject een civielrechtelijke machtiging afgeven in het kader van de nieuwe Wet verplichte ggz en de Wet zorg en dwang. Daarmee is de maatregel plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van één jaar (artikel 37 (oud) Sr) per 1 januari 2020 vervallen. In dit artikel onderzoeken we of artikel 2.3 Wfz als volwaardige vervanger voor de artikel 37-maatregel kan worden beschouwd. Daartoe vergelijken we de toepassingspraktijk van beide wettelijke kaders.

Keywords

Citation

van Oploo, L, Prinsen, M M & Bakkum, T J G 2020, 'De invoering van artikel 2.3 Wet forensische zorg, consequenties voor de strafrechtspraktijk', Nederlands juristenblad, vol. 2020, no. 32, 2166, pp. 2384-2390.