Kinderen in stiefvadergezinnen: relaties met vaders en stiefvaders
Publication date
2011-05-12
Authors
Hakvoort, Ester M.
Bos, Henny M.W.
Balen, Frank van
Hermanns, Jo M.A.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Kinderen die opgroeien in een stiefvadergezin hebben doorgaans zowel een uitwonende vader, als een stiefvader. In deze studie zijn de relaties die kinderen hebben met beide vaderfiguren nader bekeken en is de samenhang met het welbevinden van kinderen onderzocht. In totaal hebben 37 kinderen (8 - 12 jaar) uit een stiefvadergezin meegewerkt aan het onderzoek. Uit de resultaten blijkt dat jongens de relatie met hun uitwonende vader gemiddeld als warmer ervaren dan de relatie met hun stiefvader. Voor meisjes werden geen verschillen gevonden. De kwaliteit van de relaties met beide vaderfiguren hangt voor zowel jongens als meisjes positief met elkaar samen. Ten slotte blijkt dat de sociale competentie van jongens samenhangt met de relatie met de uitwonende vader, terwijl voor meisjes juist de relatie met de inwonende stiefvader van belang is voor hun zelfvertrouwen. Opvallend genoeg blijken beide relaties niet samen te hangen met probleemgedrag van kinderen.AbstractChildren growing up in a stepfather family are confronted with two father figures, a non-resident father and a resident stepfather. In this study, relationships between children and those two different father figures were investigated, and the associations with child adjustment were examined. In sum, 37 children (8 - 12 years) in a stepfather family participated in the study. Results show that boys experience the relationship with their non-resident fathers as warmer, than the relationship with their stepfathers. For girls, no differences were found. Both relationships are positively associated with each other. Finally, boys' social competence is associated with the relationship with their non-resident fathers, while for girls' self-esteem the relationship with the stepfather seems to matter most. Surprisingly, both relationships are not associated with children's problem behavior.