De huisarts, atriumfibrilleren en falende beslisregels

Publication date

2018-03-01

Authors

van Doorn, SanderORCID 0000-0003-4319-3503
Geersing, Geert-JanORCID 0000-0001-6976-9844

Editors

Advisors

Supervisors

Document Type

Article

Collections

Open Access logo

License

taverne

Abstract

Atriumfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis, is een belangrijke risicofactor voor een ischemisch cerebrovasculair accident (CVA). Voor huisartsen is dit een uitdaging. De richtlijnen adviseren antistolling als het CVA-risico hoog is, maar hoe hoog precies is eigenlijk niet bekend. De meest gebruikte beslisregel, CHA2DS2-VASc, werkt in de huisartsenpraktijk anders uit dan in ziekenhuizen en de onzekerheid is sowieso groot. Voor veilige en doeltreffende profylaxe moet het risico op een CVA worden afgewogen tegen de risico’s van anticoagulantia zoals vitamine K-antagonisten en direct orale antistollingsmiddelen (DOAC’s). Bij het voorschrijven van DOAC’s aan kwetsbare ouderen is voorzichtigheid geboden.

Keywords

Taverne, Family Practice

Citation

van Doorn, S & Geersing, G J 2018, 'De huisarts, atriumfibrilleren en falende beslisregels', Huisarts en Wetenschap, vol. 61, no. 3, pp. 27-29. https://doi.org/10.1007/s12445-018-0051-1