Over witte beren en de hardnekkighied van emotionele stoornissen
Publication date
2005
Authors
Hout, M.A. van den
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Lecture
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In de oratie wordt het belang onderstreept van experimenteel psychologisch onderzoek naar emotionele stoornissen. Er wordt uiteengezet hoe dat onderzoek uitgevoerd kan worden en hoe de experimentele psychopathologie zich verhoudt tot andere gedragswetenschappelijke (sub)disciplines. Het belang en de plaats van de experimentele psychopathologie wordt geillustreerd aan een van de kernvragen van de klinische psychologie. Die vraag luidt hoe het komt dat irrationele angsten blijven voortbestaan ondanks het feit dat betrokkenen beschikken over eenduidige aanwijzingen dat de angst ongegrond is.
Aan de hand van onderzoeksgegevens wordt uiteengezet dat (irrationele) angsten leiden tot twee groepen psychologische reacties: "automatische reacties" en "strategische reacties". Enkele van deze automatische en strategische leiden ertoe dat disconfirmatie van de waargenomen dreiging wordt tegengegaan. Sommige reacties zijn zelfs contraproductief. Een schoolvoorbeeld is de neiging om ongewenste gedachten te onderdrukken: wie probeert niet aan witte beren te denken, zal er meer aan denken dan iemand die niet probeert dergelijke gedachten uit het
bewustzijn te weren. Patienten met een zogenaamde "Obsessief Compulsieve Stoornis" vertrouwen hun geheugen slecht en plegen daarom herhaaldelijk te controleren.
Dat herhaaldelijk controleren echter heeft paradoxale effecten; het leidt er niet toe dat het vertrouwen in het geheugen wordt versterkt, maar herhaaldelijk controleren ondermijnt thet vertrouwen in het eigen geheugen.