Middel van bestaan in het oude Mesopotamië
Publication date
2004-01-01
Authors
Stadhouders, H.A.I.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Educational material
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
De veestapel omvatte, in volgorde van belang en omvang, schapen, geiten [te zamen het ‘kleinvee’ vormend], runderen en -zeker in de dorpen- een weinig varkens. Al deze dieren leverden vlees, in de oudheid een luxe-voedsel. Het kleinvee werd hoofdzakelijk gehouden voor de wolproduktie; een verscheidenheid van schapenrassen bracht een navenant aantal wolkwaliteiten voort. Wol was dan ook de grondstof bij uitstek van de geavanceerde textielnijverheid, waarin het dure linnen van minder belang was. [Overigens werd in de oudheid de gesponnen wol altijd tot stoffen gewéven; de techniek van het breien is van veel later tijd en stamt van de Aziatische steppebewoners, in wier trekkend bestaan het weefgetouw slecht past.]
Behalve vlees leverde het rundvee tal van bijprodukten, zoals lederwaren en beenderlijm. Pluimvee arriveert pas in de Perzische tijd; wel hield men reeds ganzen en eenden.
Keywords
Ancient Mesopotamia, means of subsistence, agriculture, animal husbandry, drink and food