De theorie in de praktijk. [Naar aanleiding van Mieke Bal, De theorie van vertellen en verhalen. Inleiding in de narratologie. Vijfde, volledig herziene druk].
Publication date
1994
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Wie Nederlands gaat studeren aan een universiteit, wordt in de regel al in het eerste jaar geconfronteerd met het vak proza-analyse. Een eerste oriëntering op dit terrein wordt door ons, docenten Moderne letterkunde van de vakgroep Nederlands aan de Universiteit Utrecht, gegeven in het propedeutisch programma. Gedurende tien werkcolleges wordt een aantal verhalen en romans behandeld. Doel is het aanleren van technieken ten behoeve van de literaire analyse en interpretatie. De vaardigheden die de studenten zich in deze cursus eigen maken, vormen de basis voor hun omgang met literatuur in het vervolg van de opleiding. Bij de voorbereiding van onze werkcolleges dienden we ons te bezinnen op de vraag welke methodiek of welk analysemodel voor het doel het meest geschikte was. De keuze viel op: Mieke Bal, De theorie van vertellen en verhalen; inleiding in de narratologie (vijfde, geheel herziene druk, Muiderberg 1990).
Keywords
Specialized histories (international relations, law), Literary theory, analysis and criticism, Culturele activiteiten, Westerse Letteren (WLET), Overig maatschappelijk onderzoek
Citation
Anten, J H M, Singeling, K & Stolk, F R W 1994, 'De theorie in de praktijk. [Naar aanleiding van Mieke Bal, De theorie van vertellen en verhalen. Inleiding in de narratologie. Vijfde, volledig herziene druk].', De nieuwe taalgids, vol. 87, pp. 326-351. < https://www.dbnl.org/tekst/_taa008199401_01/_taa008199401_01_0035.php >