Artificiële intelligentie en risicotaxatie. Drie kernvragen voor strafrechtjuristen
Publication date
2019
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
De snelle ontwikkeling van artificiële intelligentie werpt een aantal prangende vragen op voor strafrecht-juristen en forensisch gedragsdeskundigen. Risicotaxatie met behulp van AI heeft de potentie om een relatief betrouwbaar middel te worden om inschattingen van recidivegevaar te maken. Een belangrijk vraagpunt is tot hoeveel vals-positieven (precision) en vals-negatieven (recall) de inschatting leidt. Door de ‘kosten’ van verschillende fouten te bepalen en in het algoritme te verwerken, kan het belang van de maatschappelijke veiligheid worden afgewogen tegen het belang dat burgers niet ten onrechte door strafrechtelijk ingrijpen moeten worden getroffen. Een tweede vraagpunt is hoe omgegaan moet worden met biases. Er zijn technische manieren om vooroordelen in de algoritmes tegen te gaan, maar daarbij moet wel de normatieve vraag onder ogen worden gezien hoe dat op een rechtvaardige wijze kan gebeuren. Ten derde zijn AI-algoritmes relatief ondoorzichtig, waardoor zij niet altijd mogelijkheden aanwijzen voor interventies die gericht zijn op rehabilitatie van de veroordeelde.
Keywords
Citation
Bijlsma, J, Bex, F J & Meynen, G 2019, 'Artificiële intelligentie en risicotaxatie. Drie kernvragen voor strafrechtjuristen', Nederlands juristenblad, vol. 2019, no. 44, 2778, pp. 3313-3319. < https://www.navigator.nl/document/id637f09f4ce8e4f2f95ef941ac7a26086?cpid=WKNL-LTR-Nav2&cip=hybrid >