Recht en andere disciplines: het incorporeren van extrajuridische inzichten in het privaatrechtelijke debat

Publication date

2014-06

Authors

Giesen, I.ORCID 0000-0002-5163-1860ISNI 0000000033871057

Editors

Groenhuijsen , Marc
Hondius, Ewoud

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Part of book
Open Access logo

License

Abstract

In het Algemeen Deel*** beschrijft Jan Vranken dat het privaatrecht en zijn beoefenaren te vaak uitgaan van veronderstellingen en/of daarop gebaseerde argumenten die feitelijk niet houdbaar zijn of in elk geval niet voldoende empirisch onderzocht zijn; een kenmerk van juridisch argumenteren is het gebrek aan feitelijke grondslag van gehanteerde argumenten.1 Om slechts één voorbeeld te geven: leidt de mogelijkheid van aansprakelijkheid tot ander (al dan niet ‘defensief’ te noemen) gedrag bij degene die daarmee potentieel opgezadeld wordt, bijvoorbeeld bij een potentiële jeugdvandaal die af zal zien van dat vandalisme als hij (weet dat hij) als 14- of 15-jarige aansprakelijk kan worden gehouden?2 Wij (civilisten) roepen dergelijke dingen heel gemakkelijk, en bouwen daar vervolgens hele argumentatielijnen op en omheen, maar empirisch bewijs voor dit soort stellingen wordt nauwelijks geleverd. Vranken hekelt dat, en terecht.

Keywords

Taverne

Citation

Giesen, I 2014, Recht en andere disciplines: het incorporeren van extrajuridische inzichten in het privaatrechtelijke debat. in M Groenhuijsen & E Hondius (eds), Recht in geding. Boom Juridisch, pp. 243-257.