Kritiek en plastiek als remedie

Publication date

1982

Authors

Anten, J.H.M.

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Part of book or chapter of book
Open Access logo

License

Abstract

In dit hoofdstuk komen vooral Constant van Wessem en Theo van Doesburg aan het woord. Ofschoon het eerste hier behandelde artikel al uit 1912 dateert, spreekt pas uit de beschouwingen vanaf 1916 een groeiend besef dat er een beweging van jongeren is ontstaan die zich verzet tegen de literatuur van de ouderen. Het zijn met name de realistisch-psychologische romans van de Tachtiger-epigonen (Robbers, De Meester, Querido) die het moeten ontgelden. De explicatieve psychologische analyse en de extensieve woordkunstige beschrijvingen hebben die dikwijls omvangrijke romans voor deze jongeren ongenietbaar gemaakt. Behalve de genoemde realistische auteurs worden andere ‘lettergoden’ als Couperus, Arij Prins, Van Schendel en H. Roland Holst evenmin ontzien. Ook het proza dat al te nadrukkelijk in dienst staat van een bepaalde idee, bijvoorbeeld de socialistische, wordt afgewezen.

Keywords

Citation