Gst. 2025/101 - Wanneer is sprake van persoonlijke beleidsopvattingen in formele bestuurlijke besluitvorming?: Een artikelnoot bij de conclusie van de A-G over de reikwijdte van artikel 5.2 Woo

Publication date

2025-10

Authors

Drahmann, AnnemarieORCID 0000-0001-6457-8774

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

/dk/atira/pure/researchoutput/researchoutputtypes/contributiontojournal/case_note
Open Access logo

License

taverne

Abstract

Op 9 juli 2025 is de conclusie van staatsraad advocaat-generaal Wattel gepubliceerd.2 In deze conclusie geeft Wattel antwoord op drie vragen van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de reikwijdte van artikel 5.2 Wet open overheid (Woo). De conclusie ziet in het bijzonder op het derde lid van het artikel dat nieuw is ten opzichte van de oude regeling onder de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In essentie bepaalt dit artikel dat persoonlijke beleidsopvattingen in documenten opgesteld ten behoeve van intern beraad niet worden verstrekt, maar het nieuwe derde lid draait deze hoofdregel om: bestuursorganen moeten persoonlijke beleidsopvattingen in documenten opgesteld ten behoeve van formele bestuurlijke besluitvorming wel (geanonimiseerd) verstrekken, tenzij daardoor het kunnen voeren van intern beraad onevenredig zou worden geschaad. De vraag is echter wat ‘formele bestuurlijke besluitvorming’ (hierna: FBB) is en wanneer het voeren van intern beraad onevenredig wordt geschaad. De A-G geeft in deze conclusie zijn visie op deze vragen. De conclusie is lang (meer dan 30.000 woorden). Daarom zal in deze artikelnoot een samenvatting van de conclusie worden gegeven, waarbij ik bij ieder onderdeel van de conclusie direct zal aangeven in hoeverre ik het met de visie van de A-G eens ben. Deze bijdrage is als volgt opgebouwd. Eerst zal ik kort de casus en de structuur van artikel 5.2 Woo schetsen (par. 2 en 3). Vervolgens zal ik achtereenvolgens ingaan op de vraag wanneer sprake is van een persoonlijke beleidsopvatting en intern beraad (par. 4), wanneer sprake is van een FBB-stuk (par. 5) en wanneer sprake is van onevenredige schade (par. 6). Wie geen tijd heeft om deze hele bijdrage te lezen, verwijs ik naar de afronding in paragraaf 7 waarin ik kort het advies van de A-G en mijn reflectie daarop samenvat.

Keywords

Taverne

Citation

Drahmann, A 2025, 'Gst. 2025/101 - Wanneer is sprake van persoonlijke beleidsopvattingen in formele bestuurlijke besluitvorming? Een artikelnoot bij de conclusie van de A-G over de reikwijdte van artikel 5.2 Woo', De Gemeentestem, vol. 7598, pp. 562-569.