Op weg naar een nieuwe wrakingsprocedure: meer legitimiteit en minder oneigenlijk gebruik
Publication date
2013-02-22
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
Wrakingsverzoeken worden steeds vaker ingediend, maar níet vaker gehonoreerd. Dit suggereert dat het middel ‘oneigenlijk’ wordt ingezet. De effectiviteit van de regeling komt echter onder druk te staan als miskend wordt dat deze een correctiemechanisme is voor uitzonderlijke gevallen. Oneigenlijk gebruik knaagt derhalve aan de fundamenten van onze rechtspleging. Auteurs maken een rechtsvergelijkende analyse van de wrakingsprocedures in een tiental andere rechtsstelsels als inspiratie ter verbetering van het eigen recht. Uit deze analyse vloeien een aantal aanbevelingen voort met betrekking tot mogelijke contouren voor een aangepaste Nederlandse regeling. De contouren van deze nieuwe wrakingsregeling bevatten aan de ene kant prikkels om het oneigenlijk gebruik te temperen terwijl tegelijkertijd de legitimiteit van het instrument, en daarmee het maatschappelijk draagvlak, wordt vergroot. The number of cases in which Dutch judges are challenged is growing, but the number of disqualifications remains the same. This implies an increasing misuse of this instrument, which is meant to provide a correction mechanism in exceptional cases of compromised judicial impartiality only. The question has been raised whether the Dutch procedural rules concerning disqualification of judges should be reconsidered in view of this new reality. This article reports the findings of a legal comparative analysis of disqualification procedures in ten other legal systems, and on that basis provides a number of recommendations for a new procedure for disqualification of judges in the Netherlands.
Keywords
Wraking van rechters, Judicial recusal, Disqualification of judges
Citation
Giesen, I, Kristen, F G H, Enneking, L F H & van Lent, L 2013, 'Op weg naar een nieuwe wrakingsprocedure: meer legitimiteit en minder oneigenlijk gebruik', Nederlands juristenblad, vol. 2013, no. 8, 384, pp. 466-476. < https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=2247415 >