Negenenveertig Haarlemse Mirjams. Over het aandeel van vrouwen in de moeilijkheden rondom de lutherse predikant Conrad Vietor
Publication date
1987
Authors
Spaans, J.W.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het is moeilijk een beeld te vormen van de plaats die vrouwen in de vroeg-moderne tijd in de kerken innamen. Dit geldt vooral voor de protestantse kerken, die geen organisaties van vrouwen kenden zoals begijnen of religieuzen. Op een enkeling als Anna Maria van Schuurman na gingen protestantse vrouwen op in de gemeente, zonder veel sporen na te laten. Kerkelijke arehieven, de nalatenschap van kerkelijke bestuursorganen, bevatten door mannen geschreven verslagen van zaken waarover door mannen werd beslist. Als vrouwen daarin al een rol speelden, was dat meestal een passieve, zoals wanneer zij voor de kerkeraad geroepen werden in het kader van de kerkelijke tucht. Gegevens over een aktievere rol van vrouwen in het gemeenteleven van hun kerk zijn schaars, zodat het aannemelijk lijkt dat zij, gehoorzaam aan de voorschriften van de apostel, in de gemeente gezwegen hebben.