Van blijvenden heelrijken invloed : de stichting van de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Utrecht
Publication date
1994
Authors
Hart, P.D. 't
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Op 1 juni 1852 installeerde burgemeester mr N.P.J. Kien in 'de stadshuizinge genaamd het IJzeren Hek' aan de Breedstraat de Utrechtse Kamer van Koophandel en Fabrieken. De heren zullen zich wel hebben herinnerd dat er tussen 23 juli 1842 en 1 september 1843 ook al zo'n Kamer had bestaan die in hetzelfde huis had vergaderd: drie van hen waren toen lid geweest. Er was daarna een onverkwikkelijke discussie ontstaan tussen het gemeentebestuur en de Gouverneur van de Provincie over de stad over de hoogte van het budget van de Kamer. De onenigheid liep zo hoog op dat de leden van de Kamer aan de koning hun ontslag aanboden. Het gemeentebestuur had een onverzettelijk standpunt ingenomen uit onvrede over het betuttelend optreden van de hogere overheden en omdat het weinig waarde hechtte aan het bestaan van een eigen Utrechtse Kamer. Ook in de jaren twintig was het niet gelukt er een op te richten omdat het gemeentebestuur
verwachtte dat de kosten hoger zouden zijn dan de baten
Keywords
Kamers van Koophandel en Fabrieken, Negentiende eeuw, Twintigste eeuw