Publiek-private samenwerking in de Nederlandse opsporing: vervagende grenzen tussen gescheiden werelden?

Abstract

Deze bijdrage onderzoekt hoe publiek-private samenwerking (PPS) in Nederland uitpakt wanneer publieke en private partijen gezamenlijk opsporingsactiviteiten uitvoeren. Centraal staat de vraag of in de praktijk een hybride vorm van opsporing ontstaat of dat een strikte taakverdeling blijft bestaan. We analyseren de casus van de Electronic Crimes Task Force (ECTF) op basis van interviews en documenten, in relatie tot de juridische kaders voor opsporingsbevoegdheden en gegevensverwerking. De samenwerking blijkt vooral effectief bij concrete opsporingsonderzoeken, waarin de politie een centrale rol speelt en informatie kan vorderen en bundelen. Bij signalerende taken ervaren partijen echter juridische beperkingen, vooral omdat rond het uitwisselen van persoonsgegevens verschillende wettelijke regimes van toepassing zijn. De wens tot ruimere informatie-uitwisseling is begrijpelijk, maar roept vragen op over proportionaliteit, effectiviteit, onderbenutting van bestaande mogelijkheden en het risico op cumulatie van maatregelen.

Keywords

publiek-private samenwerking, cybercrime, bestuurskunde, strafprocesrecht, opsporing, politie, Criminaliteitsbestrijding, plural policing, Taverne, SDG 16 - Peace, Justice and Strong Institutions

Citation

Lindeman, J & Dekker, R 2026, 'Publiek-private samenwerking in de Nederlandse opsporing: vervagende grenzen tussen gescheiden werelden?', Cahiers Politiestudies, vol. 79, no. 2, pp. 67-87. < https://cahierspolitiestudies.eu/publicaties/ >