Hoe Ger Snik zich in zijn bijdrage aan de discussie over pedagogische taakverdeling van zijn gesprekspartners vervreemdt
Publication date
2008-09-18
Authors
Levering, Bas
Vonk, Liesbeth
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het onderwerp van het artikel van Ger Snik in het eerste nummer van de vorige jaargang is nog altijd van belang. De kwestie van ‘De rechten van kinderen en de verdeling van pedagogische taken en verantwoordelijkheden tussen ouders en professionals’ is sinds het aantreden van het kabinet Balkenende IV alleen maar nijpender geworden. Nooit eerder werd er door een Nederlandse regering in de richting van de ouders een paradoxalere boodschap gezonden. Ouders moeten van het nieuwe kabinet én beiden full-time werken én beter opvoeden. De verplichting opgelegd aan scholen om per 1 augustus 2007 de buitenschoolse opvang te organiseren dwingt daarenboven hoe dan ook tot een herverdeling van de pedagogische verantwoordelijkheid tussen ouders en de school. Genoeg stof dus om inhoudelijk de discussie met Snik aan te gaan. In ons verzoek aan de redactie om op het stuk van Snik te mogen reageren ging het echter niet zozeer om het standpunt dat hij inhoudelijk betrekt – daarin kunnen we ons voor een belangrijk deel vinden – maar veel meer om de manier waarop hij zijn standpunt meent te moeten onderbouwen. Snik onderbouwt zijn stellingname met een voor dit type bijdragen ongekend groot aantal ongefundeerde empirische uitspraken. Dat de wijze waarop hij zijn stelling tegen de verschoolsing van het jonge kinderleven (Snik spreekt over ‘verscholing’) conceptueel onderbouwt zeker niet zo onaanvechtbaar is als hij suggereert zullen we slechts met een beperkt aantal voorbeelden toelichten. Onze reactie betreft dus vooral de eisen waaraan volgens ons een dergelijk artikel in een wetenschappelijk tijdschrift als Pedagogiek zou moeten voldoen.