Vergoeding voor (im)materiële schade na de dood: over perte d’une chance de survie en lost years
Publication date
2018
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
In het Nederlandse schadevergoedingsrecht fungeert de dood als keerpunt: de direct gekwetste lijdt voor zijn overlijden de schade en na zijn overlijden zijn het diens nabestaanden. De kernvraag van deze bijdrage is of een verschuiving van de focus op schade van nabestaanden naar die op de schade van de gekwetste na de dood, een oplossing zou kunnen bieden voor de kritiek dat de huidige civielrechtelijke sanctie op het veroorzaken van iemands overlijden (te) beperkt is. Deze analyse is gemaakt aan de hand van het Franse concept perte d’une chance de survie, dat in Frankrijk is gepresenteerd als een aparte immateriële schadepost, en de vererving van een Engelse lost years-vordering ten aanzien van het netto-inkomensverlies in de jaren waarin niet gewerkt kan worden. Uit de analyse bleek dat deze veranderingen niet de oplossing bieden voor het bezwaar dat het huidige schadevergoedingsrecht in overlijdensschadezaken beperkt is. Een fundamentele herziening van het systeem door een verschuiving van de focus op de schade van nabestaanden naar die op de vordering van erfgenamen, ligt alleen al daarom niet voor de hand.
Keywords
Citation
Rijnhout, R 2018, 'Vergoeding voor (im)materiële schade na de dood: over perte d’une chance de survie en lost years', Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, vol. 2018, no. 1, 4, pp. 23-30.