Ackersdijck en de mantel van Van Hogendorp
Publication date
2009
Authors
Hooykaas, Gerard
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Part of book or chapter of book
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In de zomer van 1845 maakten twee Groningse studenten een reisje naar Brussel. De twee keken er hun ogen uit en genoten met volle
teugen. Het bruisende leven in de hoofdstad van de jonge, dynamische Belgische staat was zo anders dan in het stille, provinciale
Groningen. En wat een verschil ook tussen een vrije maatschappij in een vrije staat en hun vaderland. Maar toen zij in de krant
hadden gelezen dat in Nederland een constitutionele hervorming in liberale zin door de Tweede Kamer was afgewezen en dat de
liberale voorman Thorbecke niet als Kamerlid was herkozen, verdwenen hun genoegens als sneeuw voor de zon. ‘Zij hadden geen oog
meer voor de Sainte Gudule; zij kregen geen kleur meer bij het turen naar de madeleines in de Rue de Madeleine; met schaamte en
verbittering zagen zij op de vrije instellingen van België en hun bleef niets over dan de punch brulé om er hun leed in te verdrinken.’