Positieve verplichtingen bij geweld met negatieve uitlatingen: De Nederlandse strafrechtelijke aanpak van discriminatoir geweld tegen LHBT-personen bezien vanuit Straatsburgs perspectief
Publication date
2020
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
unspecified
Abstract
Discriminatoir geweld tegen LHBT-personen neemt toe in Europa, terwijl adequate bescherming daartegen op nationaal en supranationaal niveau uitblijft, mede vanwege onduidelijkheid en onenigheid over de conceptualisering en strafrechtelijke aanpak van dit soort delicten. Een minimum beschermingsniveau biedt artikel 14 EVRM, op grond waarvan staten effectief dienen op te treden tegen discriminatoir geweld. Zij dienen discriminatoir geweld in ieder geval in hun nationale rechtsordes de iure en de facto te differentiëren van niet-discriminatoir geweld, gezien de destructieve(re) impact ervan op de mensenrechten. In Nederland zijn discriminatoire delicten niet wettelijk gecodificeerd, en uit onderzoek blijkt dat zij doorgaans niet (expliciet) als strafverzwarende factor worden meegewogen door officieren van justitie en rechters. Dit artikel stelt daarom de vraag centraal in hoeverre de uitleg en implementatie van discriminatoir geweld tegen LHBT-personen in de Nederlandse strafrechtspleging in overeenstemming is met het EVRM. Ter beantwoording daarvan volgt een jurisprudentieanalyse van vijftien Nederlandse zaken betreffende (mogelijk) homofoob geweld.
Keywords
Citation
Omičević, E 2020, 'Positieve verplichtingen bij geweld met negatieve uitlatingen : De Nederlandse strafrechtelijke aanpak van discriminatoir geweld tegen LHBT-personen bezien vanuit Straatsburgs perspectief', Nederlands Tijdschrift voor de Mensenrechten, vol. 45, no. 2, 14, pp. 170-191. < https://www.navigator.nl/document/id7c63f12980b9450d9d5f93eade7dccfc/njcm-bulletin-positieve-verplichtingen-bij-geweld-met-negatieve-uitlatingen >