Om een menswaardig bestaan : over werkloosheid en arbeidsverhoudingen in Utrecht omstreeks 1890
Publication date
1996
Authors
Hart, P.D. 't
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
De Nederlandse economie stond er omstreeks 1890 slecht voor. Het land werd bovendien getroffen door een aantal extra koude winters. In Utrecht vroegen onder anderen werklozen en gemeentearbeiders tevergeefs aan het gemeentebestuur om in te grijpen. De politieke meerderheid in de stad vond dit nog steeds geen overheidstaak. Om het socialisme de wind uit de zeilen te halen, hielp de burgerij wel de scherpste kantjes van het kapitalisme weg te nemen, bijvoorbeeld door minzame steun aan een werkverschaffingsproject dat was opgezet door de gematigde Utrechtse werkliedenverenigingen.
Deze kregen in 1891 een stem in de politiek door de verkiezing van de anti-socialistische lithograaf J.J.H. Pijpers tot lid van de gemeenteraad. Maar evenmin als de sociaal-democratische voorman P.J. Troelstra slaagde Pijpers erin de arbeiders massaal te organiseren. En telkens bleek hoe diep de kloof was tussen burgerij en werklieden
Keywords
Arbeidsomstandigheden, Werkloosheid, Gemeentebestuur, Negentiende eeuw