De radicaal-islamitische ideologie: van Ibn Taymiyya tot Osama ben Laden
Publication date
2004-02-03
Authors
Jansen, J.J.G.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Lecture
Preprint
Preprint
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In een brief gedateerd op 12 april 1302 AD doet de Mongoolse koning Mahmud Ghazan een voorstel aan Paus Bonifacius VIII: Ghazan, die op dat moment het huidige Irak en Iran in zijn greep heeft, wil samen met de heersers van de natiën waar de Paus zeggenschap over heeft, een gecoördineerde oorlog gaan voeren tegen de Mamlukken, de militaire kaste die op dat moment al enige tijd over Egypte en Syrië heerst. De brief waarin dat voorstel vervat ligt, wordt uiteraard nog steeds in de archieven van het Vaticaan bewaard. In 1303 voert Ghazan, overigens zonder hulp van de Paus en diens natiën, zijn plannen daadwerkelijk uit, en opent de aanval op Syrië. Het loopt niet goed voor hem af: het mongolenleger wordt 20 april 1303 bij Damascus beslissend verslagen. Het verhaal van de radicaal-islamitische ideologie begint tijdens deze oorlog die gevoerd werd tussen de twee superpowers van hun tijd, de Mamlukken, die moslim waren, en de inmiddels eveneens moslimse Mongolen.