Betekenis 'burgerlijke en handelszaken' in Europese rechtsmaatregelen
Publication date
2005
Authors
Freudenthal, M.
Ooik, R.H. van
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
(c)UU Universiteit Utrecht, 2005
Abstract
Op 8 april 2005 deed de Hoge Raad uitspraak in een zaak
waarbij artikel 1 EG-Betekeningsverordening (BetVo) centraal
staat. De vraag naar de uitleg van het begrip ‘burgerlijke of
handelszaken’ zoals neergelegd in artikel 1 BetVo rees in het
kader van een procedure tot navordering van omzetbelasting
door de Ontvanger van de Belastingdienst Amsterdam, gericht
tot een in het Verenigd Koninkrijk (VK) wonende belastingplichtige.
De verweerder, met een bekende woon- of verblijfplaats
in Engeland, is zowel in eerste instantie als in hoger
beroep, en in cassatie niet verschenen. Verschijnt een in het
buitenland woonachtige verweerder niet in een Nederlandse
procedure, dan zal de rechter, indien de BetVo of het Haags
Betekeningsverdrag 1965 van toepassing is, zijn beslissing
dienen aan te houden totdat is gebleken dat de verweerder op
een juiste en tijdige wijze is opgeroepen. Zowel de BetVo als
het Haags Betekeningsverdrag 1965 beperken het toepassingsgebied
tot ‘burgerlijke en handelszaken’. Valt de betrokken
zaak buiten het begrip van burgerlijke of handelszaak,
dan dient betekend te worden volgens intern Nederlands procesrecht
(art. 55 lid 1 Rv). In onderstaande bespreking wordt de uitspraak van de Hoge
Raad van 8 april 2005 in een breder perspectief geplaatst teneinde
beter inzicht te verkrijgen in de betekenis en uitleg van
het begrip ‘burgerlijke en handelszaken’, zoals gebruikt in de
Europese rechtsmaatregelen inzake grensoverschrijdend
civiel (proces) recht (veelal gebaseerd op art. 65 van het EGVerdrag).