Intuïtieve syllabificatie bij kinderen : een optimaliteitsmodel
Publication date
2003
Authors
Kager, R.W.J.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Part of book or chapter of book
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Deze bijdrage beoogt een theoretische interpretatie van experimenteel onderzoek door Gillis en De Schutter (1996) naar intuïtieve syllabificatie bij Nederlands-lerende kinderen. Volgens Gillis en De Schutter (hierna: G&S) volgt syllabificatie bij kinderen grotendeels universele principes, zoals het Maximale Onset Principe, maar laat tevens een (naar G&S aannemen) taalspecifieke fonologische beperking zien, Bimorische Minimaliteit (Kager 1989), die mogelijk samenhangt met het Nederlandse spellingsbeeld. G&S concluderen op basis van experimenten met 5- en 8-jarigen dat deze beperking variabel en zacht is, en in sterkte toeneemt tussen het vijfde en achtste levensjaar.