Een succesverhaal voor rechtsvorming, rechtseenheid en rechtszekerheid: de Wet Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Publication date

2016-12-15

Authors

Giesen, I.ORCID 0000-0002-5163-1860ISNI 0000000033871057
de Jong, E.R.ISNI 0000000376537173

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Article
Open Access logo

License

Abstract

Op 1 juli 2012 is de ‘Wet prejudiciële vragen aan de Hoge Raad’ in werking getreden. De wet creëert de mogelijkheid om al vroeg in een procedure het antwoord op een prangende rechtsvraag te verkrijgen, in gevallen waarin de maatschappelijke behoefte aan een richtinggevende uitspraak van de Hoge Raad groot is, hetgeen tot (versnelde) rechtsvorming en tot meer (en eerdere) rechtszekerheid en rechtseenheid kan leiden. De wettelijke regeling is sinds juli 2012 diverse malen benut en heeft ook tot spraakmakende rechtspraak geleid. In het tussen juni 2015 en juni 2016 door Ucall uitgevoerde WODC-onderzoek stonden twee vragen centraal: a) hoe werkt de huidige procedure voor het stellen van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in het civiele recht; en b) is het mogelijk, en zo ja, onder welke omstandigheden, om een prejudiciële procedure in het strafrecht in te voeren? Deze bijdrage bevat een – noodzakelijkerwijs – beknopte weergave van de evaluatie van dit onderzoek.

Keywords

prejudiciele vragen, privaatrecht

Citation

Giesen, I & de Jong, E R 2016, 'Een succesverhaal voor rechtsvorming, rechtseenheid en rechtszekerheid: de Wet Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad', Nederlands Tijdschrift voor Burgerlijk Recht, vol. 2016, no. 10, 46, pp. 312-322.