De landbrief van de bisschop van Utrecht van 1375, geplaatst in een fiscaal-historische omlijsting
Publication date
1996
Authors
Grapperhaus, Ferdinand H.M.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Na het jaar 1000 ontstaan in West-Europa territoriaal afgebakende landen uit het steeds verder verbrokkelende Heilige Roomse Rijk, waarbij het begrip regalia het juridisch kader voor de in betekenis toenemende soevereiniteit van de landsheren aangeeft en met name de bakermat vormt voor de belastingheffing met behulp waarvan zij zich staande houden. De paradox voor de landsheren ligt hierin dat zij om macht te verwerven, geld moeten vragen aan de standen, wat echter tevens inhoudt dat zij die macht met de standen
moeten delen.
De ontwikkeling in het Sticht maakt daarop met de Landbrief van 1375 geen uitzondering en past in de filosofie, die ook elders opgang maakt, van 'inspraak voor geld'. De Stichtse belasting morgen- en huisgeld die na de Landbrief steeds vaker wordt geheven vormt een op forfaitaire wijze geheven belasting met het onroerend goed als belastbaar object, zoals men die ook elders in deze tijd aantreft
Keywords
Landrecht, Belastingen (oude tijd), Veertiende eeuw