Weet wat je meet en meet wat je niet weet

Publication date

2010

Authors

Geer, Frans van

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Lecture
Open Access logo

License

Abstract

Veel kinderen die op het strand spelen graven kuilen vlak bij de zee. Je hoeft daar maar een paar decimeter te graven en de kuil stroomt binnen een paar minuten vol water dat uit het zand naar buiten treedt; grondwater dus. Kijken we gedurende een tijdje naar het waterniveau in die kuil dan zien we dat het water zakt als het laagwater wordt en dat het stijgt als het zeewater opkomt. Het waterniveau is een dynamisch verschijnsel. Zo dicht bij zee zal het niemand verbazen dat het water in de kuil zout is. Lopen we een stukje de duinen in en we zouden daar een kuil graven, dan moeten we dieper gaan om bij het grondwater te komen dan op het strand. Het grondwaterniveau in de duinen is hoger dan op het strand. Opvallender is echter dat het water al op korte afstand van de zee niet zout is maar zoet. Dat komt omdat het grondwater in de duinen niet gevoed wordt door de zee, maar door regenwater. Ook zullen we zien dat het waterniveau in die kuil in een paar uur tijd nauwelijks veranderd. Nog wat verder landinwaarts komen we misschien bij een ouderwetse vuilstortplaats, zonder bescherming van het grondwater. Een kuil die daar vlakbij gegraven wordt loopt ook vol met water, maar de chemische samenstelling is volledig anders dan in de duinen, terwijl het grondwater bij de vuilstort wordt gevoed met dezelfde regen als in de duinen. Op zijn reis door de ondergrond kan het water allerlei stoffen meenemen, afhankelijk van wat dat water op die reis tegenkomt. In het geval van de vuilstort zijn dat doorgaans stoffen die we als verontreiniging aanmerken.

Keywords

Citation