De governance van adaptie: Bouwstenen voor een afwegingsproces - Definitiestudie afwegingskader Ruimte & Klimaat fase 2. Governance aspecten van klimaatmaatregelen
Publication date
2009-02
Authors
Buuren, A. van
Driessen, P.P.J.
Rijswick, M. van
Rietveld, P.
Salet, W.
Spit, T.J.M.
Teisman, G.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Report
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het vraagstuk van klimaatbestendigheid zal de komende decennia aanzienlijke overheidsbemoeienis
vergen. Op dit moment gaat veel aandacht uit naar mitigatiemaatregelen.
Deze zijn gericht op het verminderen van de CO2 uitstoot. Ondertussen wordt ook
nagedacht over de vraag hoe we ons moeten instellen op de effecten van klimaatverandering.
Deze lijkt onherroepelijk te gaan optreden ongeacht publieke en private inspanning
om de CO2 uitstoot te verminderen.
Dit artikel gaat in op de voorwaarden waaraan het overheidsbestel en haar ingrepen dienen
te voldoen om effectief vorm te kunnen geven aan een klimaatbestendig land. Onze
stelling is dat de overheid twee dingen moet combineren die ten minste deels met elkaar
op gespannen voet staan (zie ook Teisman, 2005). De overheidsinspanning bestaat enerzijds
uit het aanbrengen van ordening in termen van wettelijke kaders, organisatorische
structuren en vereiste procedures. Anderzijds zal de overheid zich moeten inspannen om
voldoende creativiteit los te maken in de samenleving en partijen aan te zetten tot ‘neue
Kombinationen’ (vernieuwing vereist ontmoetingen tussen gescheiden werelden, Joseph
Schumpeter). Juist in deze nieuwe combinaties valt vaak meerwaarde te creëren. Daardoor
is het mogelijk dat klimaatbestendigheid niet gezien wordt als een extra, zware eis
aan overheidsinvesteringen en een belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals
eerder vaak is gebeurd met nieuw milieu- en natuurbeleid (i.c. luchtkwaliteit en soortenbeleid),
maar als een meekoppelend belang.