Licensing and interpretation of inverted subjects in Italian

Publication date

1997-06-19

Authors

Pinto, Manuela

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Dissertation
Open Access logo

License

Abstract

Licentiëring en interpretatie van geïnverteerde subjecten in het Italiaans. Het centrale onderwerp van dit proefschrift is het verschijnsel dat bekend staat als subjectinversie. In talen zoals het Italiaans kan het onderwerp vóór het werkwoord staan, zoals in het Nederlands, maar ook erachter:1 a Beatrice ha sorriso. Beatrice heeft gelachen. b Ha sorriso Beatrice. Heeft gelachen Beatrice. Gezien het feit dat beide zinnen welgevormd zijn, wordt standaard aangenomen dat subjectinversie in het Italiaans vrij is. Dat wil zeggen, dat de grammatica zowel de subject-werkwoord (SV) als de werkwoord-subject (VS) woordvolgorde toestaat. Dat (1b) een geschikt antwoord is op de vraag "wie heeft gelachen?" maar niet op de vraag "wat is er gebeurd?" wordt dan aan factoren van pragmatische aard toegeschreven. Deze visie wordt in deze dissertatie ter discussie gesteld. De adequaatheid van (1a) en (1b) wordt inderdaad door structurele en pragmatische condities bepaald. De interactie tussen syntaxis en interpretatie is echter niet triviaal. Hier wordt gepoogd aan te tonen dat een aantal interpretatieve effecten door de structurele eigenschappen van het relevante element of de relevante constructie veroorzaakt worden, en dat bepaalde syntactische operaties die, in principe, verboden zouden zijn, juist door overwegingen van interpretatieve aard teweeg worden gebracht. Het doel van deze studie is tweeledig. Ten eerste beoogt het proefschrift een heldere beschrijving te geven van het fenomeen subjectinversie in al zijn complexiteit. Ten tweede wordt een analyse van dit verschijnsel voorgesteld, die de relevante structurele en interpretatieve factoren tot een aantal primitieven reduceert en ze in formele termen vertaalt.?254 Licentiëring en interpretatie van geïnverteerde subjecten Dit onderzoek is geplaatst in het minimalistisch kader van Chomsky (1995) en ontleent belangrijke ideeën aan het werk van Reinhart (1995, 1996). De studie bestaat uit twee delen. Hoofdstukken 1 en 2 presenteren de relevante empirische feiten met betrekking tot de distributie en de interpretatie van geïnverteerde subjecten in het Italiaans. Hoofdstukken 3 en 4 bieden een mogelijke formele verklaring voor de geobserveerde feiten. Het verschijnsel subjectinversie wordt in een aantal primitieve factoren ontleed die zowel een formele analyse als een comparatieve uitbreiding mogelijk maken. Er wordt beargumenteerd dat een groot deel van die verschijnselen die tot op heden gewoonlijk aan de pragmatiek werden toegeschreven (d.w.z. dat ze buiten het computationeel systeem opereren), op een natuurlijke en elegante wijze verklaard kunnen worden in een theoretisch kader dat op Chomsky (1995) en Reinhart (1995, 1996) gebaseerd is. Hoewel betoogd wordt dat de syntaxis veel meer aankan dan tot dusver gedacht werd, moeten sommige feiten nog steeds als het resultaat van stilistische processen verklaard worden. Het proefschrift is als volgt ingedeeld: In het eerste hoofdstuk wordt een breed corpus aan data onderzocht om vast te kunnen stellen welke structurele factoren de positie van het subject ten opzichte van het werkwoord kunnen bepalen. Het blijkt nuttig een onderscheid te maken tussen contexten waarin het subject narrow focus krijgt en contexten waarin de hele zin (met een postverbaal subject) nieuw informatie is ( wide focus ). De belangrijkste conclusie van dit eerste hoofdstuk is dan dat er slechts daadwerkelijk sprake is van vrije inversie in zinnen met werkwoorden waarvan de betekenis de aanwezigheid van een loco/temporeel argument inhoudt. Dit loco/temporeel argument hoeft niet noodzakelijkerwijs fonetisch gerealiseerd te zijn, en heeft een deictische, spreker-georiënteerde interpretatie. Bijvoorbeeld, (2a) is correct als een zin met wide focus (echter slechts met de betekenis dat "Dante hier/ons heeft opgebeld". (2b), daarentegen, kan alleen de narrow focus interpretatie krijgen, nl. "Het is Beatrice die gelachen heeft": 2 a Ha telefonato Dante. Heeft gebeld Dante.?255 Samenvatting b Ha sorriso Beatrice. Heeft gelachen Beatrice. Naar aanleiding van deze observaties formuleren we een eerste hypothese: er lijkt een correlatie te bestaan tussen subject inversie en de aanwezigheid van een additioneel loco/temporeel argument in de thematische structuur van het relevante werkwoord. In hoofdstuk 2 worden de interpretatieve eigenschappen van preverbale en postverbale subjecten bestudeerd. Hier staan twee vragen centraal: a) welke semantische noties spelen een rol bij subjectinversie in het Italiaans? en b) in hoeverre kunnen we spreken van een directe correlatie tussen de interpretatieve eigenschappen en de structurele positie van het subject? In het geval van indefiniete subjecten, maakt het Italiaans een onderscheid tussen de existentiële en de partitieve lezing. Informationeel gezien wordt een verschil gemaakt tussen nieuw linguïstisch materiaal en gegeven linguïstisch materiaal. Op dit niveau kan een distributionele generalisatie geformuleerd worden: de meest ingebedde positie in de zin wordt altijd met focus geassocieerd. Echter, er moet geconstateerd worden dat er geen overtuigend empirisch bewijs is voor een mogelijke correlatie tussen de structurele positie van het subject en zijn partitieve of existentiële interpretatie. Deze observatie leidt tot de hypothese dat deze interpretatieve feiten het resultaat zijn van de interactie tussen de interne structuur van het subject, en de condities die zijn semantische en informationele adequaatheid bepalen. Hierbij kan men denken aan de conditie die toekenning van een existentiële interpretatie aan indefiniete NP s zonder focus (die namelijk deel zijn van de presuppositie van de zin) onmogelijk maakt. Deze analyse wordt verder tot definiete subjecten uitgebreid en laat zien dat interpretatieve feiten die oorspronkelijk als definietheidseffecten geanalyseerd werden, in werkelijkheid uit condities van semantische en informationele aard volgen, zoals de Presuppositie van Uniciteit of Exhaustiviteit die kenmerkend is voor definiete descripties en de toekenning van focus. In hoofdstuk 3 wordt dieper ingegaan op de hypothese dat subject inversie correleert met de aanwezigheid van een loco/temporeel argument?256 Licentiëring en interpretatie van geïnverteerde subjecten (LOC). Zoals beargumenteerd in Chomsky (1995), moeten subjecten in preverbale positie staan om het sterke D-feature van INFL te kunnen checken (Extended Projection Principle of EPP). Hier wordt beargumenteerd dat er andere strategieën zijn om aan EPP te voldoen en dat LOC dankzij zijn bijzondere eigenschappen een dergelijk alternatief biedt. Als het sterke D-feature van INFL door LOC gecheckt wordt, kan het subject in zijn basispositie blijven zodat we de geïnverteerde VS volgorde afleiden. Vanuit dit perspectief is subjectinversie het resultaat van de interactie van een syntactisch principe, het EPP, van lexicale en structurele eigenschappen van de erbij betrokken constituenten, en van economie-condities. Toch lijken een aantal feiten zich aan een syntactische analyse te onttrekken. Problematische gevallen zoals de sterke/zwakke lezing van indefiniete subjecten, de narrow focus interpretatie van het subject en een aantal andere interpretatieve verschijnselen worden in hoofdstuk 4 besproken. De verklaring die we voorstellen legt weer de nadruk op het belang van een modulaire aanpak die rekening houdt met de wisselwerking tussen de principes van het computationele systeem, de syntactische eigenschappen van het subject en verschillende economie-condities die een rol spelen op derivationeel niveau en op de overgang tussen syntaxis en interpretatie. De formele benadering die hier gepresenteerd wordt, is tevens een poging om de uiterste grenzen van het computationele systeem te verkennen.

Keywords

generative linguistics, syntax/semantics interface, Italian language

Citation