Nadelige gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling: VOG- en DNA-regelgeving

Publication date

2014

Authors

Hokwerda, Y.M.
Kurtovic, E.G.ISNI 0000000436416788

Editors

Weijers, Ido

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Part of book
Open Access logo

License

Abstract

Het door Nederland geratificeerde IVRK schrijft voor dat bij alle maatregelen betreffende kinderen het belang van het kind een eerste overweging moet zijn (art. 3 IVRK). Zowel bij de ontwikkelingen rond de Verklaring Omtrent het Gedrag als bij de totstandkoming van de Wet DNA-V is geen expliciete afweging gemaakt tussen het belang van de openbare veiligheid en het belang van het kind. Dit botst met het pedagogisch element in het jeugdstrafrecht, waarbij aandacht voor heropvoeding, resocialisatie en herintegratie vooropstaan. Daarom is het van belang dat de discussie over beide onderwerpen wordt heropend en dat de bovengenoemde voorstellen daarin serieus worden overwogen.

Keywords

Citation

Hokwerda, Y M & Kurtovic, E G 2014, Nadelige gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling: VOG- en DNA-regelgeving. in I Weijers (ed.), Jeugdstrafrecht in internationaal perspectief. 3 edn, Boom | Lemma, Den Haag, pp. 143-161.