Nadelige gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling: VOG- en DNA-regelgeving
Publication date
2014
Editors
Weijers, Ido
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Part of book
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Het door Nederland geratificeerde IVRK schrijft voor dat bij alle maatregelen betreffende kinderen het belang van het kind een eerste overweging moet zijn (art. 3 IVRK). Zowel bij de ontwikkelingen rond de Verklaring Omtrent het Gedrag als bij de totstandkoming van de Wet DNA-V is geen expliciete afweging gemaakt tussen het belang van de openbare veiligheid en het belang van het kind. Dit botst met het pedagogisch element in het jeugdstrafrecht, waarbij aandacht voor heropvoeding, resocialisatie en herintegratie vooropstaan. Daarom is het van belang dat de discussie over beide onderwerpen wordt heropend en dat de bovengenoemde voorstellen daarin serieus worden overwogen.
Keywords
Citation
Hokwerda, Y M & Kurtovic, E G 2014, Nadelige gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling: VOG- en DNA-regelgeving. in I Weijers (ed.), Jeugdstrafrecht in internationaal perspectief. 3 edn, Boom | Lemma, Den Haag, pp. 143-161.