De Constitutie en uitzending van militairen voor vredeshandhaving
Publication date
2001
Authors
Besselink, L.F.M.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Sedert 18 juli 2000 zijn de vernieuwde grondwettelijke bepalingen over de krijgsmacht van kracht. Een aantal oudere bepalingen zijn vervallen, nieuwe ingevoerd en voorts bestaande bepalingen aangepast. De taak van de krijgsmacht luidt volgens het eerste lid van het nieuwe artikel 97 Grondwet als volgt:
"Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht."
Deze bepaling is behalve taakstellend ook constitutief, dat wil zeggen is grondslag voor het bestaan van een permanente krijgsmacht. Dat er een krijgsmacht is, is zo vanzelfsprekend dat voor dit punt constitutioneelrechtelijk in Nederland niet veel aandacht is. Dit ging zover dat de regering bij de grondwetsherziening van 1983 voorstelde de uitdrukkelijke constitutieve bepaling te schrappen. De regering ging er vanuit dat immers al uit de overige grondwetsbepalingen zou volgen dat er een krijgsmacht was. Dit stuitte echter in de Eerste Kamer al in eerste lezing op onoverkomelijke bezwaren.