Katholieken en de Vrede van Munster
Publication date
1997
Authors
Spaans, J.W.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
De tweede helft van de zeventiende eeuw geldt als een periode waarin de katholieken het in de Republiek wat makkelijker kregen. Van vervolgingen was al langer geen sprake meer. De vergaand anti-katholieke wetgeving zoals die in de plakkaten was vervat, was en bleef formeel van kracht. Zij werd echter voornamelijk ten uitvoer gelegd wanneer de overheid de politieke loyaliteit van geestelijken niet vertrouwde. Na de vrede van 1648 was daar minder aanleiding toe. Op veel plaatsen konden de in de plakkaten voorgeschreven boetes afgekocht worden. In Van Neercassel hadden de katholieken bovendien een apostolisch vicaris die zeer doelbewust de integratie van de Nederlandse katholieken in de door het protestantisme gestempelde maatschappij bevorderde. Een mooi voorbeeld daarvan is zijn vrijstelling van de Noord-Nederlandse katholieken van de door het Concilie van Trente gestelde eis dat een huwelijk alleen wettig gesloten kon worden voor een priester en twee getuigen. Deze regel had hen tot dan toe gedwongen de geldende huwelijkswetgeving in de Republiek te overtreden. Katholieken konden na het midden van de zeventiende eeuw loyale onderdanen van de Republiek zijn en hun godsdienst belijden en beleven zonder daardoor noodzakelijk in conflict te komen met de burgerlijke overheden.