De onderdrukking van de opwekking in de noordelijke gewesten van de Republiek
Publication date
2001
Authors
Spaans, J.W.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Part of book or chapter of book
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
De opwekkingsbeweging die de Republiek in de jaren van 1749 tot 1752 beroerde kwam in golven. Het religieus enthousiasme deed zich telkens zeer plaatselijk, en evenzeer tijdelijk voor. Nijkerk was het epicentrum. Vanaf november 1749 tot in de zomer van 1750 breidde de opwekking zich uit van Nijkerk naar een aantal dorpen langs de kust van de Zuiderzee. Omstreeks diezelfde tijd bracht een rondtrekkende opwekkingsprediker revivals tot stand in een aantal dorpen in Drenthe en in de stad Groningen. In de eerste helft van het jaar 1750 werden ook Aalten en omliggende dorpen, in het uiterste oosten van Gelderland geraakt door de opwekking. In de zomer en herfst van dat jaar deden zij zich voor in de zuid-oosthoek van Friesland. Ze duurden er tot in de zomer van 1751. In de loop van die lente en zomer van 1751 verspreidde het verschijnsel zich vanuit Friesland opnieuw over Drente, en in de laatste maanden van dat jaar werd opnieuw Groningen geraakt. Een laatste opflakkering van de opwekking deed zich voor rond Kerstmis 1751 in de noord-oostelijke punt van Overijssel. Tegen het einde van 1751 was de opwekking in het noorden voorbij. Net zo plotseling als de beroeringen ontstaan waren, lijken ze ook weer verdwenen te zijn. Ze doken vanaf najaar 1751 tot ver in het daaropvolgende jaar 1752 nog op in de dorpen van de Alblasserwaard, tussen Rotterdam en Dordrecht. Tegen het einde van 1752 publiceerden de Nederlandsche Jaerboeken, een jaarlijks overzicht van de meest opmerkelijke nieuwsfeiten, een samenvattend, en tamelijk afkeurend, overzicht over de Nijkerkse Beroeringen, die op dat moment als voorbij beschouwd werden ...