De evolutioniare economische wortels van de Noordvleugel van de Randstad

Publication date

2010

Authors

Oort, F.G. van
Lambooy, J.G.

Editors

Advisors

Supervisors

DOI

Document Type

Report
Open Access logo

License

Abstract

De metropoolregio Noordelijke Randstad heeft in haar ontwikkeling een voortdurende creativiteit en aanpassingsvaardigheid getoond. Na elke crisis werden nieuwe ontwikkelingen aangezet en met succes uitgebouwd. Het regionale bedrijfsleven heeft een neus voor de nieuwste en grootste krenten in de pap. De verklaring hiervoor wordt in dit essay vooral gezocht in de voortdurende co-evolutie van bedrijvigheid in een gedifferentieerde productiestructuur. De voor de regio kenmerkende, intensieve relatie van productie met (internationale) handel en de inbedding in fysieke en kennisnetwerken is hierbij essentieel. Co-evolutie en handelsinbedding is ook zichtbaar in de recente decennia met de ontwikkeling van de culturele sector, de ICT-sector, het transportcluster rond Schiphol en de ‘life sciences’, maar ook in de consumentgerichte activiteiten. De productiestructuur ontwikkelde zich padafhankelijk, voortbordurend op en gerelateerd aan oudere kennis en structuren, maar steeds weer creatief en vernieuwend. Het succesvolle evolutionaire economische groeipad van de Noordvleugel houdt ook in dat door de creatieve ontwikkeling niet meer passende soorten activiteiten kunnen worden afgestoten. Dit proces van zoeken en vervangen van zwakker wordende economische onderdelen heet ‘creative destruction’. De ontwikkeling vond niet alleen plaats binnen de productie- en handelsstructuur maar ook in de ruimte. De economischgeografische verbindingen tussen de delen van de Noordvleugel werden sterker, vooral tussen het gebied van Zaanstad-Haarlem-Schiphol-Amsterdam met het gebied van het Gooi, Utrecht en Amersfoort. Deze regio kan thans worden beschouwd als een belangrijke drager van de economische stuwkracht van Nederland. Recente inzichten uit de zogenaamde New Economic Geography bewijzen dat de structurerende werking van infrastructuur vooral langdurig economisch voordelig is voor de grootste ontsloten agglomeratie. Randstedelijke investeringen in infrastructuur – van de trekvaart in de Gouden Eeuw tot de huidige vernieuwde weg- en spoorverbindingen – hebben dus altijd bijgedragen aan de constante ontwikkelingsmogelijkheden van de Noordelijke Randstad. Ook toekomstige investeringen waarbij de regio meer wordt ontsloten zullen daar verder aan bijdragen. Naast de economische ontwikkeling - en wellicht daarmee verbonden - kent de regio vanouds ook een gunstig en tolerant woonmilieu. Hoger opgeleiden en creatieve en ondernemende bevolkingsgroepen voelen zich er meer dan elders thuis, en geven er bovendien relatief veel geld uit. Dit geeft een groeiende economische waarde aan Amsterdam en Utrecht als consumptiesteden. Een interessante vraag is of de aangegeven ontwikkeling ook samenhangt met de bestuurlijke structuur in de regio - van de stedelijke magistraten in de Gouden Eeuw tot de huidige bestuurslagen. Vermoedelijk heeft vooral de persistente economische oriëntatie van stadsbesturen en de actieve stimulering van ondernemerschap door de eeuwen heen steeds een positieve impuls betekend voor het groeivermogen van steden en de regio. De stedelijke regio is altijd belangrijk geweest voor de positie van de individuele steden. Gezamenlijke opgaven en belangen hebben door de tijd immer geleid tot stedelijke samenwerking. Door een toenemend aantal gezamenlijke belangen is samenwerking in de regio in de nabije toekomst meer dan ooit nodig. De belangen moeten wel overtuigend aangetoond en ingezien worden. De bestuurlijke structuur vormt uiteindelijk niet de belangrijkste structurerende kracht van de regio. Vernieuwing en innovatie zullen de productiestructuur en het handelsnetwerk, en daarmee de positie van steden, blijvend veranderen. De sterke creativiteit van deze regio leidt tot de verwachting dat ook na de huidige economische crisis weer nieuwe wegen worden gevonden voor verdere economische en culturele ontwikkeling.

Keywords

Citation