Periodisering als integrale benadering : Nederlandse historici in het Fin-de-Siècle
Files
Publication date
1989
Authors
Dorsman, L.J.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Article
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
Een opvallende overeenkomst tussen de huidige tijd en het Fin-de-Siècle
rond de vorige eeuwwende is het wijdverbreide gevoel dat op alle levensterreinen
de fragmentatie, de atomisering zodanig is toegenomen dat tegenover dit verschijnsel
stelling genomen moet worden. Zoals toen een streven naar synthese
zich manifesteerde op tal van gebieden, zo valt dat ook nu waar to nemen. De
geschiedbeoefening maakt daarop geen uitzondering. Wanneer we bijvoorbeeld
de lezinghouders uit de bundel Balans en Perspectief mogen geloven staan we op
een beslissend moment in ons vak. Indien we niet in staat zijn een nieuw holistisch
principe te ontwerpen dat de geschiedenis 'als een alles omvattend geheel'
opvat, zo stelt Slicher van Bath, dan zal de verpulvering in het vak alle communicatie
tussen historici onmogelijk maken. Ankersmit keert zich in zijn bijdrage
als een eigentijdse Nietzsche tegen de arme historici die naar zijn mening met hun
'woeste, gulzige en ongecontroleerde gegraaf in het verleden' al honderdvijftig
jaar lang achter zichzelf aanlopen. Hun essentialisme, dat wil zeggen het niet
los kunnen komen van hun 'verlangen de werking van de machine van de geschiedenis
te leren kennen', verhindert een oplossing en vergroot de historische
overproductie. Wat hij voorstaat is niet meer het verleden alleen bestuderen,
maar een 'cultureel spel' met dat verleden spelen. Dat betekent voor hem dat
historici zich moeten gaan bezig houden met het 'verrassende en zelfs verontrustende
detail', waarmee hij verwijst naar de microstorie zoals die bedreven
wordt door bijvoorbeeld Carlo Ginzburg, Emmanuel Le Roy Ladurie, Natalie
Zemon Davis.