Bloembollen, bestrijdingsmiddelen en bewoners : een verkennend onderzoek naar de mogelijke blootstelling van bewoners van de gemeente Zijpe aan bestrijdingsmiddelen die worden gebruikt in de bloembollenteelt
Publication date
2002-10
Authors
Hogenkamp, A.
Editors
Advisors
Supervisors
DOI
Document Type
Report
Metadata
Show full item recordCollections
License
Abstract
In de gemeente Zijpe worden veel bloembollen geteeld. De bloembollenteelt is de agrarische sector met het hoogste bestrijdingsmiddelengebruik per hectare. De vereniging ‘Houd Zijpe Leefbaar’ heeft de
Wetenschapswinkel Biologie gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijke relatie tussen gesignaleerde gezondheidsklachten en het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de bloembollenteelt in de gemeente Zijpe. Uit een eerder uitgevoerd literatuuronderzoek bleek namelijk dat meer informatie nodig is over de blootstelling van omwonenden om de mogelijke risico’s goed in te schatten. In dit onderzoek is een eerste stap gezet in het schatten van de blootstelling aan bestrijdingsmiddelen van de bewoners van de gemeente Zijpe.
Bewoners van de gemeente Zijpe kunnen via verschillende routes worden blootgesteld aan
bestrijdingsmiddelen die afkomstig zijn van nabijgelegen bollenvelden. Blootstelling kan bijvoorbeeld plaatsvinden via de lucht, via inname van bodemdeeltjes, of via water waar bestrijdingsmiddelen in terecht zijn gekomen. In dit onderzoek is gekozen om bij omwonenden van bollenvelden de blootstelling via het huisstof te bekijken omdat verondersteld wordt dat dit een belangrijke route is waarlangs blootstelling kan plaatsvinden. Bestrijdingsmiddelen kunnen als stofdeeltje aan schoeisel of kleding het huis binnenkomen, of direct via de lucht het huis binnendringen en in het huisstof neerslaan. In het huisstof blijven ze vaak lang aanwezig door de afwezigheid van milieufactoren die er voor zorgen dat de stoffen worden afgebroken. Hierdoor wordt de kans op blootstelling via inhalatie van stofdeeltjes, en blootstelling via de huid en mond vergroot.
In het voorjaar van 2002 zijn bij 27 omwonenden huisstofmonsters genomen. Twaalf van hen waren zelf bloembollenteler. Deze huisstofmonsters zijn geanalyseerd op de aanwezigheid en de concentratie van zeven stoffen, te weten: chloorprofam, chloridazon, flutolanil, metamitron, procymidon, tolclofos-methyl en vinchlozolin. Deze stoffen zijn de werkzame bestanddelen van bestrijdingsmiddelen die door bloembollentelers in de meetperiode van het onderzoek werden toegepast, respectievelijk Chloor-IPC, Pyramin, Monarch, Goltix, Sumisclex, Rizolex en Ronilan.
De conclusie van het onderzoek is dat bewoners via huisstof potentieel worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen. Over de precieze hoogte van die blootstelling kunnen geen uitspraken gedaan worden. Bestrijdingsmiddelen worden vaker aangetroffen in de huizen van telers dan in de huizen van niet-telers, en de concentratie van de stof chloorprofam bleek bij telers hoger dan bij niet-telers. Ook de afstand van een woning tot een bollenveld lijkt van invloed te zijn.
Keywords
bloembollen en bestrijdingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen, bloembollenteelt, bestrijdingsmiddelen en risico's